Van strobaal tot staalframe: duurzaam bouwen op je eigen manier

Bij de Esch in Rotterdam is een nieuwe buurt in de maak. 47 duurzame droomhuizen op de voormalige hockeyvelden van Leonidas. De woningen zijn allemaal energie-neutraal, maar ze zien ze er wel verschillend uit. De buurt heeft iets weg van een doos bon bons waarin alle smaken van duurzaamheid aanwezig zijn. Waarom zoveel verscheidenheid en hoe kan dat ontstaan?

Staal of hout?

Onderweg naar een moderne en duurzame staalframewoning, kregen we koffie aangeboden door Leonie en Reinier. Zij bouwen hun eigen strobalenwoningen en waren net bezig om de strobalen tussen de balken van het dak te schuiven (lees meer op hun blog: kavel 37).

Leonie en Reinier kiezen heel bewust voor de combinatie van houtskeletbouw, strobalen en leem. Bovendien kiezen zij ervoor om alles zelf te bouwen. De belangrijkste reden om te kiezen voor een woning van hout, stro en leem is het aangename binnenklimaat. “Tijdens de bezichtiging van een voorbeeldwoning merkten we meteen het verschil, alsof je beter kunt ademhalen,” vertelt Leonie bevlogen. Bovendien zijn ze gek op de natuurlijke uitstraling van de dikke houten balken die zichtbaar blijven in de woning.

Met hier en daar nog een pluk stro in ons haar lopen we even verderop door een staalframewoning in aanbouw. De directeur van Framefactory vertelt ons wat de voordelen zijn van staalframe ten opzichte van reguliere bouw en waarom het duurzaam is. Het is licht en bespaart materiaal ten opzichte van kalkzandsteen, het wordt in de fabriek in elkaar gezet en hoeft alleen maar gemonteerd en afgewerkt te worden op de bouwplaats. Een schoon en snel bouwproces is daarvan het resultaat.

De reden waarom deze bewoner koos voor deze bouwmethode is onder andere omdat het goed te isoleren is door de holle wanden te vullen met isolatiemateriaal. Ook het lage gewicht is belangrijk, want  hiermee kan materiaal bespaard worden op de fundering.

Zo worden we op één middag geconfronteerd met twee compleet verschillende bouwmethodes, allebei vanuit dezelfde ambitie om duurzaam te wonen. Dit roept bij ons de vraag op: is er een beste manier van duurzaam bouwen?

Bouwen vanuit je eigen duurzaamheidsambities

Welke van deze twee woningen uiteindelijk duurzamer is, valt moeilijk te zeggen en is in dit stadium ook niet zo belangrijk. Het is juist de diversiteit die ertoe doet. Er wordt op dit moment namelijk volop geïnnoveerd op het gebied van duurzaam bouwen en daarvoor moet worden geëxperimenteerd. De diversiteit die individuele keuze met zich mee brengt is dus heel welkom voor de ontwikkeling van duurzaam bouwen. Leonidas is daarom een prachtige proeftuin voor duurzaam bouwen elders.

Daarbij geldt ook: het bouwen is één, beheer en onderhoud is twee. Hoe meer kennis de bewoner over de woning heeft, des te beter het beheer en onderhoud kan gebeuren en des hoger het rendement van de duurzame woning. En mensen die ervoor kiezen hun eigen duurzame huis te bouwen hebben zich vaak goed verdiept in het onderwerp. Bovendien gaan hun ideeën vaak verder dan alleen duurzaam bouwen; ze hebben vaak ook sterke ideeën over hun duurzame leefstijl. En leefstijl is niet los te zien van de manier waarop de woning moet functioneren.

We merken dus dat het belangrijk is om persoonlijke voorkeuren een kans te geven als het gaat om duurzaam wonen, en daarmee is het mogelijk maken van verscheidenheid is dus een grote meerwaarde in het pionieren met duurzaam bouwen. Maar hoe komt deze verscheidenheid tot stand? Wat heeft de gemeente Rotterdam gedaan om op deze plek zoveel verscheidenheid mogelijk te maken? De truc zit ‘m in het het hanteren van verschillende toetsingskaders met betrekking tot duurzaamheid.

Natuurlijk wonen in de Esch

leonidas-luchtfoto2Zelfbouw in Leonidas, Rotterdam. Beeld: Marcel IJzerman

Onder de noemer ‘natuurlijk wonen’ nodigt de gemeente Rotterdam particulieren uit om een woning te bouwen van natuurlijke materialen en met een laag of geen energiegebruik. Het toetsingskader moet flexibiliteit en ruimte bieden voor creatieve oplossingen. Daarom kan men kiezen uit twee verschillende keurmerken voor duurzame woningen: DUBOkeur Rotterdam of GPR. Beide keurmerken geven inzicht in de duurzaamheid van een woning, maar DUBOkeur legt de nadruk op milieuvriendelijke materiaalkeuze en energiebesparing, terwijl GPR een breder perspectief op duurzaamheid hanteert.

Deze ruimte voor variatie trekt enthousiaste mensen met eigen ideeën over duurzaam wonen. Zo motiveert Rotterdam mensen om op deze plek duurzaam in hun eigen woning te investeren, zonder te sturen op uniformiteit. Het resultaat hiervan is in de buurt meteen te zien aan de grote verscheidenheid in vorm en materiaal van de woningen. En gelukkig maar, want zo kunnen mensen vanuit hun eigen duurzame ambities hun woning vormgeven.

 

 

 

Advertenties